Go to top
Voor boeken altijd eerst naar De Slegte

Albrecht Rodenbach

Berten Rodenbach was de oudste van 10 kinderen geboren tussen 1856 en 1872. Zijn vader Julius Rodenbach (1824-1915) kwam met zijn oom Alexander Rodenbach (de stichter van de brouwerij Rodenbach) uit een Duitse familie (uit Andernach aan de Rijn) die zich sinds 1749 te Roeselare gevestigd had. Zijn moeder Silvia de la Houttre (1834-1899), van origine een Franstalige geboren te Doornik, maakte zich vanaf haar zevende het Nederlands eigen toen ze in Roeselare kwam wonen. Rodenbach was ook een neef van de schrijver Georges Rodenbach die onder andere Bruges-la-Morte schreef.

Zijn oom Pierre Rodenbach had achtereenvolgens gevochten met Napoleon in de veldtocht tegen de Russen, en vervolgens tegen Napoleon met de troepen van Willem van Oranje en ten slotte in de opstand tegen de Hollandse "bezetters". Zijn ooms Alexander en Constantin Rodenbach waren in 1830 bij de eerste verkozenen van het Nationaal Congres.

Tot zijn leraren aan het Klein Seminarie in Roeselare behoorden Hugo Verriest, maar ook Gustaaf Flamen. Rodenbach schreef po√ęzie, proza en toneelwerken. Hij droeg het Vlaams bewustzijn in Vlaanderen rond en stichtte tal van studentenbonden en toneelmaatschappijen. Hij werd katholiek opgevoed in de geest van het ultramontane katholicisme. Zoals zoveel andere jongelui uit die periode was hij ook toegetreden tot de Pauselijke Zoeaven, het leger dat de Kerkelijke Staat moesten verdedigen tegen Giuseppe Garibaldi; hij heeft echter nooit gevochten.

Vanaf het moment dat Rodenbach in 1876 naar de Katholieke Universiteit Leuven ging om rechten te studeren (in het Frans), begon hij met een andere jonge dichter, Pol de Mont, de idealen te promoten van een hernieuwd Vlaams bewustzijn onder de studenten. Hij verzette zich met name tegen het gebruik van het Frans in het onderwijs, terwijl de voertaal van de burgerbevolking Vlaams was. Hijzelf beklaagde zich erover dat hij zelf beter overweg kon "in het fransch dan in het vlaamsch". Voor hem gold "In Vlaanderen Vlaams": alleen de volkstaal was van belang en niet het "Hollands" van de "hollandsche pedanten die onze tale vermooscht hebben". Dit Vlaams bewustzijn was echter een West-Vlaams taalparticularisme. Vlaamse dialecten waren volgens hem een spiegel van het pure en edele karakter van de Vlamingen en daarom het best geschikt voor de heropstanding van het Vlaamse volk. Bovendien was het Nederlands de taal van de protestanten uit het Noorden. Als vurige katholiek kon hij deze taal dus niet aanvaarden.

In de laatste jaren van zijn leven nam Rodenbach afstand van zijn Vlaamse bevlogenheid, en verkeerde hij in Franstalige en liberale kringen.

Rodenbach overleed op 23-jarige leeftijd in zijn geboortestad aan tuberculose.

Vele generaties Vlamingen zagen in hem de dichtende "supervlaming". Dit werd zelfs gebruikt door de priester Cyriel Verschaeve die in een toespraak uit 1941 de strijdbaarheid van Rodenbach gelijkstelde met het militaire engagement voor nazi-Duitsland.

Bron: Wikipedia

Algemene informatie

Overzicht boeken Albrecht Rodenbach