Go to top
Voor boeken altijd eerst naar De Slegte

Cyriel Buysse

Buysse behoorde tot een familie uit de hogere Gentse burgerij. Zijn vader leidde een cichoreifabriek, die aan de familie behoorde. Zijn broer Arthur Buysse werd liberaal volksvertegenwoordiger. Rosalie en Virginie Loveling waren zijn tantes.

Buysse doorliep het atheneum in Gent en hielp zo nu en dan in de cichoreifabriek van zijn vader, die wilde dat hij de fabriek zou overnemen. Op aanraden van zijn tante Virginie Loveling, begon hij op zijn zesentwintigste te schrijven. Hij maakte enkele zakenreizen naar de Verenigde Staten (1886, 1891, 1892 en 1893), mogelijk met de intentie om er permanent te blijven en een cichoreifabriek te stichten. Deze reizen inspireerden hem jaren later tot Twee werelden (1931).

In 1893 was hij medestichter van Van Nu en Straks. Het was de tijd dat hij ontgoocheld was geworden over het gebrek aan succes dat zijn publicaties ondervonden. Hij keerde zich tevens tegen de Vlaamse Beweging en de flaminganten. Hij verhoopte meer gehoor te vinden in Nederland en vertoefde vaak in Den Haag. Hij leerde er de Nederlandse weduwe Nelly Dyserinck kennen en op 1 oktober 1896 trouwden ze. Tot in 1899 bleef het paar in Den Haag wonen, waar hun zoon René geboren werd. Nadien bracht hij regelmatig de winters in deze stad door, evenals de oorlogstijd 1914-1918.

In 1903 stichtte hij in Den Haag het literaire maandblad Groot Nederland, samen met Louis Couperus en Willem Gerard van Nouhuys.

Vanaf 1900 bracht Buysse met zijn vrouw en zijn zoon enkele maanden per jaar in Vlaanderen door, vooral in Afsnee. Daar huurde hij het landhuis Daerupt dat hij La Maison Rose noemde. In 1911 kocht hij de Molenberg achter de kerk van Deurle en liet er een paalwoning bouwen, waar hij jarenlang woonde.

Hij werd gezien als naturalistisch schrijver (Het recht van de sterkste en De Biezenstekker) met als voorbeeld de Franse schrijvers Émile Zola en Guy de Maupassant. Het toneelstuk Het gezin Van Paemel is een van zijn bekendste werken en wordt nog geregeld opgevoerd door allerlei gezelschappen. Zijn latere werk is realistischer en heeft soms een satirische of ironische toon.

Zijn werk schokte de Vlaamse goegemeente en werd veelal negatief onthaald. Pas op latere leeftijd vond hij erkenning. In 1921 ontving hij de Staatsprijs voor Vlaams verhalend proza, die hem in 1918 was toegekend voor zijn werk in de periode 1915-1917.

In 1930 werd hij lid van de Koninklijke Vlaamsche Academie voor Taal- en Letterkunde. Op 21 juli 1932 werd hij verheven in de adelstand met de titel baron, overdraagbaar bij eerstgeboorte. Maar omdat hij vier dagen daarna overleed kon hij de adelbrief niet lichten, en de adelverheffing en de titel gingen dan ook niet door.

In plaats daarvan werd de titel barones op 9 oktober 1934 verleend aan zijn weduwe Nelly Dyserinck, met devolutie van de titel op hun enige zoon, die van zijn kant op zelfde datum in de Belgische adel werd opgenomen. Buysse, die al langer ziekelijk was, overleed aan een beroerte in zijn buitenverblijf, het landhuis Daerupt, naast de kerk van Afsnee. Hij werd begraven op de Westerbegraafplaats in Gent.

De in 2005 aangeboden biografie Het leven, niets dan het leven. Cyriel Buysse en zijn tijd. van Joris van Parys werd bekroond met de ABN AMRO Bank Prijs voor het beste non-fictieboek.

Bron: Wikipedia

Algemene informatie

Overzicht titels Cyriel Buysse